Leerlingen met NDL praten als de beste, maar leren in de klas gaat moeilijker. NLD staat voor Non-verbal Learning Disabilities, wat in het Nederlands vertaald wordt als non-verbale leerstoornis. Leerlingen met NLD ervaren uitdagingen met het verwerken van leerstof waar ze naar moeten kijken en waar ze tegelijkertijd iets doen. Een hele visuele leeromgeving waar het zelfstandig uitvoeren centraal staat is dan ook heel moeilijk voor ze.
Het is een neurologisch concept met een specifiek profiel van sterke en zwakke vaardigheden dat door een neuropsycholoog moet worden vastgesteld.
Omgaan met auditieve informatie
Verbaal
Eenvoudige motoriek
Omgaan met bekend materiaal
Auditief geheugen
Verwerken van visuele informatie
Verwerken van tactiele informatie
Complexe motoriek
Omgaan met onbekend materiaal
Visueel geheugen
Multitasking
Plannen en structuur aanbrengen
Wanneer een leerling NLD heeft, zijn er problemen in de werking van de rechterhersenhelft. De linker- en rechterhersenhelft hebben elk een eigen manier van informatie verwerken. De linkerhelft werkt analytisch en gestructureerd en is gericht op taal. De rechterhelft daarentegen verwerkt informatie meer intuïtief, waarbij ruimtelijk-visuele informatie gelijktijdig wordt opgenomen. De rechterhersenhelft is dus gespecialiseerd in het maken van verbindingen, zo kan nieuwe informatie snel verwerkt worden. Het is net dat waar een leerling met NLD het moeilijk mee hebt. (Broekmans, z.d.)
De geraadpleegde academische literatuur is onderaan deze pagina terug te vinden.
Zorg voor duidelijke structuur en een vast dagschema.
Geef korte, duidelijke instructies en gebruik stappenplannen of visuele ondersteuning.
Toon begrip en empathie, maar behoud duidelijke grenzen.
Creëer een rustig en veilig klasklimaat.
Houd rekening met de noden van de leerling zonder hem of haar apart te behandelen.
Geef extra tijd bij taken en toetsen en laat hulpmiddelen gebruiken zoals een laptop of rekenmachine.
Controleer of de leerling de uitleg begrijpt en help bij structuur en organisatie.
Wees alert voor stress, conflicten en pestgedrag.
Geef geen lange of onduidelijke uitleg zonder visuele ondersteuning.
Verwacht niet dat de leerling alles automatisch begrijpt.
Vermijd drukke cursussen, lange teksten en grote schrijfopdrachten.
Zet de leerling niet onder druk bij sociale activiteiten of klassikale discussies.
Gebruik geen moeilijke taal, ironie of woordgrappen die verwarrend kunnen zijn.
Houd geen rekening met “één aanpak voor iedereen”; pas aan waar nodig.
Straf de leerling niet voor gedrag dat te maken heeft met de moeilijkheden die hij of zij ervaart.
Zorg voor zo weinig mogelijk chaos, onverwachte veranderingen en overprikkeling.
Bij leerlingen met NLD is het belangrijk om het lesverloop expliciet en voorspelbaar te maken. Overloop daarom aan het begin van de les kort het lesplan en laat dit gedurende de hele les zichtbaar op het bord staan. Zo weet de leerling steeds wat er komt, wat er bezig is en wat al afgerond is. Dit geeft structuur en vermindert onzekerheid bij het volgen van de les. Door deze duidelijke opbouw kan de leerling beter focussen op de inhoud in plaats van op het proberen begrijpen van de lesstructuur zelf.
Werk met vaste “mapkleuren” per vak, zodat leerlingen onmiddellijk zien welke materialen ze nodig hebben voor elke les. Hang een duidelijke kleurenlegende op in de klas, zodat iedereen snel kan terugvinden welke kleur bij welk vak hoort. Dit zorgt voor meer structuur en minder verwarring bij het klaarleggen van materiaal, zeker bij leerlingen die extra nood hebben aan overzicht. Door dezelfde kleuren ook te gebruiken in je planner of agenda, versterk je de herkenbaarheid en voorspelbaarheid nog meer. Zo ontstaat er een eenvoudige maar krachtige visuele ondersteuning doorheen de hele schooldag.