Dyscalculie is een specifieke leerstoornis die gekenmerkt wordt door moeilijkheden met het verwerven en verwerken van rekenvaardigheden. De stoornis heeft vaak een neurologische oorzaak, wat betekent dat ze haar oorsprong vindt in de hersenen, en kan in sommige gevallen erfelijk zijn. Het is een complexe stoornis, omdat bij rekenen verschillende hersengebieden actief moeten zijn. Zo moet je bij het getal 10 weten dat het bestaat uit het woord ‘tien’, het cijfer ‘10’ én de hoeveelheid kunnen visualiseren. Om al deze aspecten te begrijpen en met elkaar te verbinden, zijn meerdere hersengebieden nodig.
Kinderen met dyscalculie ondervinden hardnekkige problemen bij het begrijpen en toepassen van basisrekenvaardigheden zoals aftrekken, optellen, vermenigvuldigen en delen. Met 'hardnekkig' wordt bedoeld dat deze leerstoornis niet verdwijnt door er extra voor te oefenen. Het probleem is dus blijvend. Vooruitgang is zeker mogelijk, maar de moeilijkheden blijven bestaan ondanks inspanningen en professionele hulp.
De geraadpleegde academische literatuur is onderaan deze pagina terug te vinden.
Geef extra instructie- en oefentijd. Herhaal uitleg indien nodig of geef vooraf al extra uitleg.
Werk stap voor stap: eerst voordoen, daarna samen oefenen en pas daarna zelfstandig laten werken.
Bied één strategie tegelijk aan en oefen deze voldoende in.
Oefen deelvaardigheden apart en duidelijk.
Beperk lange momenten van zelfstandig werken.
Voorzie dagelijks korte automatiseringsoefeningen, zodat basisvaardigheden beter blijven hangen.
Geef directe en positieve feedback om het zelfvertrouwen te versterken.
Laat hulpmiddelen gebruiken, zoals concreet materiaal, schema’s of tekeningen.
Geef extra tijd bij toetsen en opdrachten.
Gebruik visuele ondersteuning om leerstof duidelijker te maken.
Pas rekentoetsen indien nodig aan het niveau van de leerling aan.
Verwacht niet dat leerlingen alles uit het hoofd oplossen. Dit kan onzekerheid en faalangst veroorzaken.
Geef onafgewerkt klaswerk niet zomaar als extra huiswerk mee. Leerlingen met dyscalculie hebben vaak meer tijd nodig.
Roep leerlingen niet onverwacht naar het bord om oefeningen op te lossen. Geef hen tijd om zich voor te bereiden.
Laat leerlingen niet studeren met foutieve of onverbeterde notities. Zorg voor duidelijke en correcte voorbeelden.
Geef toetsvragen niet alleen mondeling. Combineer uitleg altijd met visuele ondersteuning.
Zet oefeningen niet te dicht op elkaar. Een duidelijke en rustige bladindeling helpt het overzicht bewaren.
Laat leerlingen met dyscalculie de eerste oefening van een taak samen maken met hun bankbuddy. Door samen de opstart van een oefening te doorlopen, krijgt de leerling meer houvast bij de aanpak en de verschillende stappen van de redenering. Dit verlaagt de drempel om zelfstandig verder te werken en vermindert onzekerheid bij nieuwe oefeningen. De ondersteuning gebeurt op een natuurlijke manier binnen de klas, zonder dat de leerling apart genomen moet worden. Zo wordt samenwerken ingezet als een laagdrempelige vorm van differentiatie binnen de wiskundeles.
Voorzie woordenlijsten met belangrijke wiskundetermen en hulpfiches waarop stappenplannen, symbolen en oplossingsmethodes overzichtelijk staan uitgelegd. Zo krijgen leerlingen met dyscalculie extra ondersteuning bij het begrijpen van vaktaal en het structureren van oefeningen. De leerling kan tijdens het werken zelfstandig teruggrijpen naar deze hulpmiddelen wanneer iets onduidelijk is. Dit vermindert stress en verhoogt het zelfvertrouwen tijdens de les of bij taken. Door duidelijke ondersteuning aan te bieden, wordt de focus meer gelegd op inzicht en minder op het onthouden van procedures of termen.