Autismespectrumstoornis (ASS) is een neurologische ontwikkelingsstoornis die invloed heeft op de manier waarop de hersenen informatie verwerken. Mensen met autisme ervaren de wereld op een unieke manier, wat zowel uitdagingen als sterke kanten met zich meebrengt. Dit heeft invloed op alle levensdomeinen en blijft een rol spelen in elke levensfase. Omdat autisme zich op veel verschillende manieren kan uiten wordt het gezien als een spectrumstoornis, aangezien de mate waarin iemand de kenmerken ervaart kan verschillen van persoon tot persoon
Om leerlingen met ASS beter te ondersteunen, biedt het buitengewoon onderwijs een aangepaste leeromgeving. Dit onderwijs is georganiseerd van de kleuterschool tot en met de middelbare school en is onderverdeeld in verschillende types, afhankelijk van de specifieke ondersteuningsnoden. Type 9 is bedoeld voor leerlingen met een autismespectrumstoornis en speelt in op hun specifieke leerbehoeften en talenten.
Autisme is dus geen op zichzelf staande aandoening, maar een andere manier waarop de hersenen prikkels uit de buitenwereld én interne gedachten en gevoelens verwerken.
De geraadpleegde academische literatuur is onderaan deze pagina terug te vinden.
Zorg voor veel structuur, duidelijke afspraken en een voorspelbare planning.
Communiceer helder en gebruik eenvoudige, directe taal.
Gebruik visuele hulpmiddelen zoals schema’s, pictogrammen en mindmaps.
Geef voldoende tijd om informatie te verwerken.
Zorg voor een rustige klasomgeving met zo weinig mogelijk prikkels en afleiding.
Stimuleer interesses van de leerling en betrek die in de les.
Toon begrip en zoek naar de oorzaak van gedrag in plaats van meteen te straffen.
Werk goed samen met ouders of verzorgers om de leerling optimaal te ondersteunen.
Vermijd plotse veranderingen zonder voorbereiding.
Geef geen onduidelijke of te lange instructies.
Gebruik liever geen sarcasme, ironie of moeilijke beeldspraak.
Bij leerlingen met ASS is het belangrijk om het lesverloop expliciet en voorspelbaar te maken. Overloop daarom aan het begin van de les kort het lesplan en laat dit gedurende de hele les zichtbaar op het bord staan. Zo weet de leerling steeds wat er komt, wat er bezig is en wat al afgerond is. Dit geeft structuur en vermindert onzekerheid bij het volgen van de les. Door deze duidelijke opbouw kan de leerling beter focussen op de inhoud in plaats van op het proberen begrijpen van de lesstructuur zelf.
Voor leerlingen met ASS is het helpend om de dagplanning af te drukken. Zo weten ze op elk moment wat er komt, wat bezig is en wat al voorbij is, wat veel rust en voorspelbaarheid geeft. Dit is extra waardevol in scholen met een gsm-verbod, omdat leerlingen hun planning niet digitaal kunnen raadplegen. Door de structuur visueel en constant aanwezig te maken, vermindert onzekerheid en verhoog je de focus. Het helpt leerlingen om beter te schakelen tussen vakken, lesonderwerpen en lokalen zonder stress of verwarring.
Bij leerlingen met ASS kan je werken met een time-outkaart die ze op een rustige en afgesproken manier kunnen inzetten. Wanneer een leerling merkt dat het te druk wordt of de concentratie wegzakt, mag hij of zij de kaart gebruiken om gedurende vijf minuten naar een voorziene rustige plek in de klas of op de gang te gaan. Deze korte pauze helpt om te ontprikkelen, emoties te reguleren en opnieuw focus te vinden.
Belangrijk is dat dit vooraf duidelijk wordt afgesproken als een normaal hulpmiddel, niet als straf. Zo leert de leerling om zelf aan te geven wanneer een korte pauze nodig is. Daarna kan hij of zij weer rustig aansluiten bij de les, vaak met meer aandacht en controle.
Laat leerlingen werken met eenvoudige kaartjes zoals “Ik heb hulp nodig”, “Ik werk zelfstandig” of “Ik ben klaar”. Deze kaartjes kunnen discreet op de bank gelegd worden zodat de leerkracht snel ziet wie ondersteuning nodig heeft zonder de klas te onderbreken. Dit helpt leerlingen om op een veilige manier aan te geven waar ze zitten in hun werkproces, zonder te moeten roepen of hun hand constant op te steken. Het zorgt voor meer rust in de klas en meer zelfstandigheid bij het werken. Tegelijk kan jij als leerkracht sneller en gerichter inspelen op individuele noden.